Gevoelens en emoties: wegdrukken of dragen?

Aan emoties liggen altijd gevoelens ten grondslag. Maar omgekeerd leiden gevoelens niet altijd tot emoties. Iemand kan vanbinnen zeer geraakt zijn maar naar buiten toe geen enkele emotie tonen. Als een gevoel niet naar buiten kan of mag bewegen, als het gevoel niet geuit wordt, dan slaat ‘de beweging’ naar binnen. Dan blijft de kracht ervan in het lijf zitten. Dat geeft spanning. Als er teveel spanning opgebouwd wordt dan kan dit in het lijf het gevoel geven van ‘vastzitten’. Ik wil dat uitleggen aan de hand van een pingpongballetje.

Stel je een gevoel of een emotie voor als een pingpongballetje onder water. Maar het gevoel of de emotie wil je niet voelen. Die optie is er: je kan een gevoel of emotie onderdrukken. Je drukt het weg, alsof je het onderwater drukt. Dat is vaak niet al te moeilijk. Een kwestie van zuchten, slikken en weer doorgaan. Zo is het gevoel weg uit je bewustzijn. Maar daar zit gelijk de ‘denkfout’.

Want die gevoelens en emoties zitten er nog steeds. Ze zitten alleen ergens onopgemerkt opgeslagen in je lijf. Zo kan je op den duur allerlei ‘pingpongballetjes’ van gevoelens en emoties verzamelen, oppotten, wegdrukken. Echter, hoe meer je er onderwater wilt houden, hoe meer inspanning het je zal kosten.
Wat nu als je niet gewend bent om je emoties te uiten? Dan kunnen al die onderdrukte emoties gaan aanvoelen als een skippybal die je onderwater wilt houden. Hoe meer je de emotie er niet wilt laten zijn, hoe dieper je ‘de bal’ onderwater moet drukken, hoe meer (in)spanning dit je gaat kosten. Een spanning die steeds meer in je lichaam waar te nemen zal zijn. Je zit niet goed in je vel, het kan stram of stijf in je voelen, je ervaart een hogere of oppervlakkige ademhaling, je bent sneller vermoeid, je bent sneller prikkelbaar en noem maar op. Dat is op den duur niet meer vol te houden.

De inspanning die dat kost kan leiden tot bijvoorbeeld allerlei lichamelijke en mentale klachten, tot problemen in relaties of het kan leiden tot verschillende vormen van verslavingen. Het werkt benauwend, verstikkend, beklemmend.
Zoals het in Psalm 32:2 staat: “Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg”, kreunend leed ik, de hele dag”.
Wanneer je dan een keer de controle over je emoties verliest en je kan je niet meer beheersen en je gevoelens onderdrukken, dan lijkt het alsof de deksel ineens van de put vliegt. Als je dan moet huilen of als je dan boos wordt, dan zijn de emoties vaak erg heftig. Ineens komen tegelijkertijd veel van die weggedrukte balletjes / emoties naar boven. Emoties waarvan je geen idee meer had dat ze er nog zaten en geen weet meer van hebt hoe die daar ooit zo gekomen zijn. De heftigheid van je emoties staat niet in verhouding tot de gebeurtenis die heeft plaats gevonden.

Wegdrukken, vermijden, ontkennen, bagatelliseren. Het lijkt te werken. Maar daardoor ga je het gevoel alleen maar uit de weg. Het helpt alleen maar op de korte termijn.
Als ik iets leer van Jezus is dat Hij niets uit de weg ging. Al zijn gevoelens en emoties deden ertoe. Hij ging ze altijd aan. Hij droeg ze.

Het is beter voor je om gevoelens en emoties niet als een pingpongballetje onder water te drukken maar het pingpongballetje in je hand te nemen, het gaan dragen, het aankijken en ermee aan de slag gaan! Je mag je gevoelens en emoties laten zien en uiten. Zéker in de verbinding met mensen die veilig voor je zijn. Dat lucht op, dat geeft ruimte, en geeft veel meer een gevoel van vrijheid in je.

Zie ook bij: Jezus’ uitingen van emoties
Zie ook bij: Als Jezus geraakt wordt
Zie ook bij: Eén-zijn