Matroesjka

Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.
Hebr. 4: 12

Je kent ze wel: die matroesjka-poppetjes. Je ziet in eerste instantie alleen de buitenkant. Het eerste poppetje; dat is dat wat je aan de mensen laat zien. Het is de veilige kant van jezelf, de ‘buitenkant’, je comfortzone. De gesprekjes die je aanknoopt met mensen, hoe jij jezelf laat zien op je werk, de gemakkelijke kant van jezelf. Het is écht en tegelijkertijd is het ook je buitenkant. Deze kant van jezelf laat niet zo zien wat er in de diepere lagen binnen in je leeft.

In dat eerste poppetje zit namelijk nog een poppetje. Dat is dat deel in jezelf dat je lang niet met iedereen deelt, hooguit met je beste vrienden/vriendinnen/partner of je nabije familie. Je deelt het met de mensen die dichterbij mogen komen. Daarmee deel jij je hart, je zorgen, twijfels, je vragen. Hier zit meer je kwetsbare IK. Niet iedereen hoeft dat te zien. Jij bepaalt wie je daar in toelaat en wie niet.
Het is fijn dat je kan switchen tussen het eerste en het tweede poppetje. Je hoeft echt niet alles met iedereen te delen. Dat deed Jezus ook niet (zie o.a. bij Jezus in Getsemane)

Dat is echter nog niet alles. Iedereen heeft ook een soort verborgen kant in zich. Een deel waar je zelf niet graag bij wilt komen. Daar waar je schaamte zit, je fouten, je tekortkomingen die zoveel schade kunnen aanrichten, je angsten, je schuld, je pijn, je in het leven opgelopen schade. Datgene wat er diep in je leeft, een stuk van jezelf waar je het liefst van wegblijft en achter hoge dikke muren zet. Je wilt niet dat het er is en toch draag je het in je mee. Iedereen heeft deze kant in zich; niemand uitgezonderd. Een is een eenzaam stuk in je; daar zit je in een isolement. Dat deel openen naar buiten toe? “Mij niet gezien”. Dat deel wil je bij voorkeur niet delen, dat verstop je liever. Zoals Adam en Eva zich verstopten omdat de ‘naakte waarheid’ ondragelijk voor ze was.

Maar er is meer. Want diep in ons zit nog een vierde poppetje: de kern van ons zijn, ons diepste wezen. Zoals God ons geschapen heeft en Hij ons ten diepste kent. Dat deel waarvan Hij gezegd heeft dat wij zijn geschapen naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis. Daar waar we zo puur zijn, onze diepste eigenheid met alles wat God in ons gelegd heeft. Het maakt ons tot uniek mens, tot geliefd mens, tot Zijn zoon/dochter.

Een vervolg op dit stukje is te vinden bij Mij niet gezien