Angst

Als blijdschap de ‘oer-emotie’ is van voor de zondeval dan is voor mij angst de oer-emotie van ná de zondeval. Ik relateer deze emotie aan het woord gebrokenheid (van de relatie). Ik durf het nog wel grootser neer te zetten: ik denk dat angst het ‘oer-probleem’ van de mensheid is. Ik overdrijf niet: nagenoeg iedere cliënt in mijn praktijk kent een diepgewortelde angst van ‘niet goed genoeg zijn, niet te voldoen, tekort te schieten’, dat zich uit in allerlei gedachten van zelfveroordeling. En, in zekere zin herken ik dat ook bij mezelf. Het publiceren van mijn ideeën en visies via deze website vind ik een spannend gebeuren; “Wat zal men er van vinden?” Ten diepste zit daar mijn angst voor afwijzing.

Het is een probleem dat we op allerlei manieren proberen te verbergen. Deze tweede oer-emotie staat voor het eerst beschreven wanneer Adam tegen God zegt dat hij zich voor Hem verborgen hield omdat hij bang was. De essentie van zonde is volgens mij het uit de relatie stappen met God, om welke reden dan ook. Of het nu gaat om een grijpen naar meer zoals beschreven bij de zondeval in Genesis 3 of om de angst/jaloezie tekort te komen zoals Kaïn afgunstig was naar Abel, zoals staat in Genesis 4. Er kunnen nog veel meer redenen zijn. De kern van de angst is de angst van het ‘niet goed genoeg zijn’.
Het is opvallend dat ongeveer de helft van de verwijzingen naar een eerstelijns psychologiepraktijk angstproblemen betreft.

Angst is een alarmeringssysteem. Het alarm slaat aan als we ons in ons zijn bedreigd voelen en activeert bepaalde delen in onze hersenen die er op gericht zijn heel snel te handelen met als doel te overleven. Dan kunnen we niet meer helder nadenken. Razendsnel voelen we en handelen we direct. De drie bekende mechanismen van handelen zijn ‘vechten’, ‘vluchten’ of ‘bevriezen’. Adam en Eva kozen er voor om zich te verstoppen. Ze vluchtten weg en verborgen zich voor het aangezicht van God. Ze durfden Hem niet meer openlijk onder ogen te komen.

Als er een grote gemene deler is in de angsten die ik bij cliënten (en bij mezelf) tegenkom dan is het wel de angst voor de afwijzing, de angst om niet te mogen zijn wie je bent, de angst dat je gevoelens en gedachten er niet toe doen. De angst van het niet gezien worden. De angst van de verlatenheid. Zie o.a. de geschiedenis van koning Saul waarin hij de profeet Samuel tot twee keer toe smeekt hem niet alleen te laten en samen met hem terug te keren naar God[1], ondanks dat het koningschap zojuist van hem is afgenomen.

Angst heeft volgens mij alles te maken met de universele vrees voor afwijzing. Gekoppeld aan de oer-emotie angst zit een ‘oer-mechanisme’: je terugtrekken, de vermijding om terug te keren in het contact, je ten diepste verstoppen; je verstoppen voor God en voor elkaar. Het staat niet zo letterlijk in de Bijbel maar ik vermoed dat Adam en Eva bij het zich verstoppen voor God niet tegen elkaar aan zijn gekropen; immers er was schaamte naar elkaar toe. En als er schaamte is voor elkaar is er vaak ook geen toenadering.

De emotie angst hoeft ook niet alleen voor te komen in de vorm van ‘bang, angstig’. Lees hoe de Israëlieten reageren op de berichten van de verspieders; huilen, jammeren, beklagen…[2] Maar onder deze uitingen zit een veel diepere emotie; angst. Ze zijn heel erg bang. En angst leidt heel vaak tot een terugtrekbeweging[3].

De intense oer-angst kom ik nog één keer in zijn volle omvang tegen in de Bijbel: op Golgotha. Jezus trok zich niet terug uit de angst maar is er in volle bewustzijn ingegaan. Hij schreeuwde het uit:“Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?”. Hij was van de aarde afgetrapt, uitgespuugd en gekruisigd. En Hij was niet welkom in de Hemel. Hij is terechtgekomen in het diepste isolement dat er denkbaar is. Er was geen plek voor Hem; nergens en bij niemand. Van de oer-angst na de zondeval tot de oer-angst op Golgotha. En dat voor ónze bevrijding van die angst.

De momenten van mijn ergste pijn zaten hem niet in de pijn zelf, maar in het isolement waarin ik toen zat”. 
Citaat cliënt

[1] 1 Samuel 15 vanaf vers 27

[2] Num. 13:32 – Num. 14:2

[3] Num. 14:3