Leven in verbondenheid

God is een God van relatie, van verbondenheid. Dat is zo kenmerkend voor Zijn wezen. Dat wezenlijke van Hem heeft hij ook in ons mensen gelegd. De volgende onderwerpen komen op deze pagina aan de orde:
1  Leven in verbondenheid
2  Leven in een driehoeksrelatie
3  Liefhebben: de verbindende factor
4  Twee systemen om je te kunnen verbinden

1  Leven in verbondenheid
Als mensen zijn we geschapen vanuit en voor verbinding. God wordt gekenmerkt door verbinding en wederzijdse liefde. Er was continue verbinding en interactie tussen de Vader, Zoon en Heilige Geest en wij als mensen zijn uitgenodigd om daar samen deel van uit te maken.
Wij leven ook continue in verbinding. Naast dat we met andere mensen in verbinding zijn is er ook de verbondenheid met God, met onszelf, met de ruimte om ons heen, met voorwerpen etc. Er gebeurt van alles in ons en om ons heen, daar is dynamiek, actie en reactie. Vaak zijn we ons hier helemaal niet van bewust en gaan we gewoon door. In het scheppingsverhaal lees je hoe God uit chaos dingen samenvoegt, tot een geheel maakt. Die samenvoeging, die verbinding is essentieel voor het leven.

Veel op deze site (en in de Bijbel) draait om dat woord ‘verbinden’. Een woord met een ruime betekenis. Enkele andere woorden die ermee samenhangen zijn; in contact zijn met, in relatie staan tot, je hechten aan, je aansluiten bij, je verenigen met, je voegen bij, één zijn met, behoren bij, aanwezig zijn, je verankeren, samenvoegen, aanhangen, je één voelen met etc.

2  Leven in een driehoeksrelatie
Sinds de mens een helper heeft die bij hem past leeft de mens daarmee continue in een driehoeksrelatie; met zijn Schepper en met zijn naaste.

Al voor de zondeval maakt God duidelijk dat de mens niet zonder ‘de ander’ kan. De mens heeft een helper nodig om tot zijn recht te komen. God, die we terecht aanbidden en prijzen als onze helper, is blijkbaar niet altijd de helper in eerste persoon. Hij schakelt voor onze nodige hulp ook andere mensen in.
De mens kan en mag ook hulp vragen. De helper mag hiervoor passende hulp geven; dat wil zeggen hulp die aansluit aan de behoefte van de vrager. Hulp die tegelijkertijd passend is voor de gever om te kunnen geven. De een mag zich niet in de ander verliezen, zijn eigenheid kwijtraken. Twee mensen met een eigen identiteit, die de eigenheid mogen behouden in hun onderlinge verbondenheid. Hoewel dit Bijbelgedeelte de bijzondere relatie tussen man en vrouw betreft, is de uitwerking hiervan ook in een bredere context te plaatsen; de gemeenschap der heiligen; het samen met elkaar leven.

God heeft de relatie met de mens bekrachtigd met een verbond. Door de zondeval is de driehoeksrelatie beschadigd geraakt. De mens heeft zich uit de verbinding teruggetrokken terwijl God zoekende blijft naar het contact. Dat de driehoeksrelatie beschadigd is, laat het verwijt van Adam aan God zien: “De vrouw die U hebt gemaakt om mij terzijde te staan…”

3  Liefhebben: de verbindende factor
In Marcus 12:30-31 staat de door Jezus gegeven samenvatting van de gehele wet en de profeten (het Eerste Verbond/Oude Testament):“ … gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (NBG). In deze oudtestamentische teksten (Deut. 6:5; Lev. 19:18) is ook dezelfde driehoeksrelatie terug te vinden: gij – Here God – uw naaste.

God wil relaties in wederkerigheid: van Hem met de mens en van de mens met zijn naaste. Het zijn verbindende relaties, waar geven en ontvangen deel van uitmaken. Relaties die een heel belangrijke verbindende kracht hebben; liefhebben. Liefhebben is zelfs zó belangrijk dat Jezus als de vervuller van de Wet en de Profeten, dit gebod het fundament noemt onder de gehele Wet en de Profeten. Het is hét Koninklijke gebod. Vergelijk dit ook met de woorden van Paulus: “Alles wat u doet, moet u met liefde doen”. Petrus voegt daar ter verduidelijking nog een belangrijk woord aan toe: “onvoorwaardelijk”. Paulus geeft aan dat liefde niet naar binnen gericht is, niet gericht is op het eigen belang maar dat we oog moeten hebben voor het belang van de ander. En haast ten overvloede geeft Paulus aan dat de liefde oprecht moet zijn, ongeveinsd. Misschien wordt het allemaal wel samengevat door Jezus zelf, als Hij zegt: “Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad” . Liefhebben naar het verstrekkende voorbeeld dat Hij ons heeft gegeven.

In de driehoeksrelatie gaat het niet om twee losse lijnen; van ons naar God (vice versa) en van ons naar onze naaste (vice versa). De drie lijnen in de driehoeksrelatie hebben een onderlinge samenhang. Dat laten o.a. Mattheüs, Paulus, Petrus en Johannes ons zien:

  • “Wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met u zijn”.(2 Kor. 13:11);
  • “Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft”(1 Petr. 4:11);
  • “We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben”(1 Joh. 4:21);
  • “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.”(Mat. 25: 40);
  • “Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.”(1 Joh. 1:3).

Liefhebben is niet alleen naar buiten gericht, naar de ander en naar God toe,

  • “Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER”(Lev. 19:18);
  • “Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben de HEER, jullie God”(Lev. 19:34);
  • “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf” (Luc. 10:27).

Je mag zelfs je lichaam liefhebben! “Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.” (Efz. 5:28)

4  Twee systemen om je te kunnen verbinden
Hoe kunnen wij ons met elkaar verbinden, hoe kunnen we de ander ‘bereiken’?  Daarvoor heeft God ons twee ‘systemen’ gegeven, twee menselijke vaardigheden: het verstand en het gevoel. Verstand en gevoel hebben heel veel functies. Eén van de functies is dat we er een verbinding mee kunnen maken; met de buitenwereld, met de wereld om ons heen en daarmee naar de ander. Ik kan via mijn uitgesproken woorden iets overbrengen van mijn gedachten, mijn meningen en dergelijke naar de ander. De ander kan dat ontvangen. Zo kunnen we elkaar bereiken en begrijpen. Die woorden kunnen de ander ook iets doen, hem ‘raken’. Dat wat gezegd wordt, landt in het gevoel. Als ik me verdrietig voel en daar met de ander over spreek dan kan de ander dat ‘meevoelen’. Het kan de ander iets doen.
Zonder woorden, zonder tussenkomst van het verstand, communiceren we op gevoelsniveau. Zo kunnen we een gezamenlijk etentje als ‘heel gezellig’ beleven en kan de sfeer in een vergadering ‘om te snijden’ zijn. Het gevoel in ons heeft een heel grote invloed op ons (wel-)zijn en op de manier waarop we in verbinding zijn met de ander.

Het onderscheid tussen denken en voelen zie je ook regelmatig in de Bijbel terug. Zie o.a. Hebr. 4:12 “Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden”.

Hebr. 8: 10 “Maar dit is het verbond dat Ik in de toekomst met het volk van Israël zal sluiten – spreekt de Heer: In hun verstand zal Ik mijn wetten leggen en in hun hart zal Ik ze neerschrijven”.

Besef dat het bovenstaande een zeer sterke vereenvoudiging is van de werkelijkheid. In wezen ligt het vele male ingewikkelder. Verstand en gevoel zijn te onderscheiden maar ze hebben ook erg veel invloed op elkaar. Als ik denk aan het moment, vele jaren geleden, dat ik voor het eerst die prachtige jonge vrouw een knuffel gaf met wie ik later getrouwd ben, dan voel  ik het weer opnieuw in mijn lijf tintelen van blijdschap. Verstand en gevoel hebben een heel hecht samenwerkingsverband. Echter, de tweedeling verstand – gevoel kan wel goed helpen bij de beeldvorming. Ik vergelijk de verbinding tussen de ene mens en de ander wel eens met een hangbrug. Een hangbrug maakt het mogelijk om van het ‘ene’ naar het ‘andere’ te gaan. Het wegdek van een hangbrug hangt aan twee kabels. Noem de ene kabel het verstand en de andere kabel het gevoel. Pas als deze in (redelijk) gelijke verhouding aanwezig zijn hangt het wegdek recht en kan je elkaar bereiken. Als een van beiden (verstand en gevoel) te weinig aanwezig is hangt de weg scheef, is er onbalans en kost het veel meer moeite voor jou om bij (tot) de ander te komen en voor de ander om bij (tot) jou te komen.