Vecht voor je recht!?

Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen. 
Mat. 26:52

Zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.
Luk. 6:28

Lijden aan onrecht
Je rijdt op de snelweg en wordt ingehaald door een grote, spiksplinternieuwe, exclusieve auto die je vervolgens ineens afsnijdt. Het eerste wat je misschien denkt is “Doe effe normaal met je dikke dure bak!”
Staande voor een lange rij bij de kassa dringt een oude vrouw voor met haar bomvolle winkelkarretje, kijkt strak vooruit en doet net alsof ze niets doorheeft. Voor je er erg in heb verstart je lijf een beetje en mompel je onhoorbaars iets in de trant van “Donder eventjes op”.
Je leidinggevende heeft vooral oog voor de resultaten qua productiviteit, efficiëntie en klinkende jaarcijfers. Persoonlijke aandacht voel je niet echt bij hem en oog voor jouw behoeftes al helemaal niet. Je bent in de hiërarchie duidelijk de mindere en besluit daarom niet veel harder te lopen dan strikt noodzakelijk. “Doe vooral je best om goed voor de dag te komen bij de directie maar hier werk ik mooi niet aan mee”.
Via de mail en de app krijg je regelmatig berichtjes van mensen die je in een val proberen te lokken door je jouw wachtwoorden te laten invullen op websites met vreemde URL’s of met een heel zielig verhaal geld van je willen aftroggelen. In gedachten smijt je als het ware de voordeur hard dicht en roep zo iets als “Blijf met je tengels van mijn spullen af!”  En het liefste zet je ze ook nog even eigenhandig (euhhhh, je bedoelt hardhandig) op de virtuele stoep.

Kruitvat van emoties
Als ik een beetje doorvraag bij mensen dan schuilt er in velen van ons een kruitvat met een behoorlijk groot explosiegevaar. Eén vonkje kan iemand inwendig doen ploffen. We kunnen gewoon niet goed dealen met het onrecht dat ons wordt aangedaan.
Bovengenoemde voorbeelden gelden helaas ook voor mij. Pas in tweede instantie komt er meer rust in me en schieten me flarden van Jezus’ onderwijs te binnen met de oproep om geduld, vergeving, geen kwaad met kwaad vergelden en nog meer van dit soort heilzame begrippen. Thema’s die ik op dat moment maar erg lastig in de praktijk kan brengen. Misschien soms beter gezegd: wíl brengen.

Je recht opeisen?
Waarom niet je recht opeisen en de ander op zijn nummer zetten?
Ik weet het niet goed. Maar al denkend kom ik erop dat het leven zó kostbaar en waardevol is dat God dat hoe dan ook wil beschermen. Alles in Gods plan ademt de bescherming van het leven dat Hij gegeven heeft. God weet dat wij mensen soms heel veel moeite hebben om onze emoties goed te reguleren. Zie bijvoorbeeld bij Kaïn. Kaïn heeft zijn broer Abel vermoord uit pure jaloezie. Hij is de eerste mens die zijn kruit tot ontploffing laat komen, ondanks Gods waarschuwing vooraf[1]. Het heeft desastreuze gevolgen. Een grotere misdaad dan een ander het leven te nemen is er haast niet. God heeft alle recht om Kaïn vanwege die wandaad direct van de aardbodem weg te vegen. Maar Kaïn smeekt God om het behoud van zijn leven. God verhoort en Kaïn wordt getekend zodat hij zelf niet gedood zal worden[2].
Het principe ‘oog om oog, tand om tand’[3] is in eerste instantie niet bedoeld om je recht te halen door het kwaad met het kwaad te wreken, maar om niet in de neerwaartse geweldsspiraal terecht te komen, doordat het ene kwaad met een nog erger kwaad vergolden wordt[4].
Twee van Jezus’ geliefde discipelen vroegen Jezus om vuur uit de hemel te bidden om zo hun tegenstanders te verteren[5]. Maar deze twee leerlingen kregen zelf van Jezus een uitbrander. Zijn roeping is het behoud van alle mensen, dus ook de zondige mens. Wij doen echter hetzelfde als deze twee discipelen wanneer iemand ons in de weg staat, maar dan in een andere vorm. En Jezus? Hij vergaf de hand die Hem onterecht sloeg.

Het zwaard hanteren
Moet je dan maar klakkeloos alles laten gebeuren en over je kant laten gaan? Nee, dat geloof ik ook niet.
Mag ik dan niet boos worden om aangedaan onrecht? Tuurlijk, dat mag zeker. En er bestaat zeker iets als het opkomen voor je eigen belangen. Zie ook het artikel dat gaat over ruimte en grenzen[6].
Ik vind het wat lastig uit te leggen, maar ik denk dat je het zwaard op twee manieren kan hanteren. De ene manier is zoals Petrus dat deed: op iemand inhakken. Het zwaard hanteren op een destructieve manier: met woorden, met daden of in gedachten. Daar rust geen zegen op; niet voor de ander en niet voor jezelf. Je kan erin verstrikt raken, verbitterd raken, in een neerwaartse spiraal terechtkomen.
Er is volgens mij een tweede manier om het zwaard te hanteren. Daarbij dient het zwaard voor bescherming en verdediging van je leven. Niet destructief maar voor het behoud. Zoals God de boom van het leven beschermde met ‘het heen en weer flitsende vlammende zwaard’. Zó heilig is het leven, dat moet koste wat kost beschermd worden. Zo heilig is jouw leven. En dat van ons allemaal.

Onrecht doen of lijden aan onrecht?
We kunnen primair reageren en ons laten leiden door onbeteugelde emoties. De Bijbel leert ons wat anders: “Zegen uw vervolgers; zegent hen, vervloek hen niet”[7]. God vraagt hiermee van ons om het ‘tegennatuurlijke’ te doen. Niet onze impulsen volgen en de ander veroordelen met woorden, daden of gedachten maar de ander zegenen. Immers, de fouten die we bij anderen kunnen aanwijzen zijn ook snel bij onszelf aan te wijzen. Hé, dat zat ook al in Jezus’ onderwijs. Daar waar ons gezegde over ‘de splinter en de balk’ vandaan komt[8]. Deze woorden snijden in me. Omdat ik weet dat Jezus mij oneindig veel vergeven heeft. Daarom, ook al is het gedrag van de automobilist, het oude vrouwtje, de leidinggevende of de oplichter niet goed te praten, ik mag hen omhullen met mijn zegenbede.

Zegenen
Weet je wat God ook als állereerste deed nadat Hij de mens geschapen had? Hij zegende hen![9]
En weet je wat het állerlaatste was wat Jezus voor zijn leerlingen deed op aarde? Hij zegende hen![10]
Nog eentje dan; wat zijn de allerlaatste woorden uit de Bijbel? Woorden van zegen![11]
Het woord van God is van kaft tot kaft een stroom van zegen voor ons. En daarmee worden we opgeroepen om die zegen weer door te geven. Juist aan hen die ons in de weg staan. Uit Jezus mond vloeiden genaderijke woorden en de mensen verwonderden zich daarover[12]. Misschien kunnen wij mensen versteld doen staan door onze genaderijke woorden. Dat zou echt heel mooi zijn.
Door het uitspreken van zegenrijke woorden van God over de mensen die mij tekort doen breng ik het als het ware ook weer terug bij God. Ik mag het aangedane onrecht bij God brengen en Hem vragen of Hij de ander wil vormen. En mij, om liefdevol en genadig te zijn.

Ik ga mijn best doen. Volgens mij dienen zich iedere dag meer dan voldoende mogelijkheden aan. Op de snelweg, in de supermarkt, op mijn werk, achter mijn laptop of waar dan ook.

Nawoord
Het schrijven van zo’n artikel en het verwoorden van een visie zoals ik die in de Bijbel terugvind is veel makkelijker dan de uitvoering ervan. Zeker als het onrecht dat je aangedaan wordt groter is dan wanneer je bijvoorbeeld op de weg wordt afgesneden. Ik ken iemand die een aantal jaren geleden slachtoffer is geworden van een ernstig misdrijf. Deze persoon wil de dader wel vergeven en zegenen. En misschien is deze persoon daar zo langzamerhand ook wel aan toe. Maar dat moment is pas gekomen na jaren van angst, boosheid, verdriet en rouwen.
Daarmee wil ik zeggen dat het ‘zegenen van wie je vervolgen’ zeker geen vanzelfsprekendheid is en een zware opgave kan zijn. Het heeft verwerkingstijd nodig.


[1] Gen. 4:7
[2] Gen. 4:14-15
[3] Deut. 19:21
[4] Het principe van proportionele vergelding van schade, waarbij de wraak van het slachtoffer beperkt is tot de omvang van de schade die door de dader is toegebracht.
[5] Joh. 9:54-55
[6] Zie het artikel Ruimte en grenzen
[7] Rom. 12:14
[8] Luk. 6:39-42
[9] Gen. 1:27-28
[10] Luk. 24:50-51
[11] Opb. 22:21
[12] Luk. 4:22

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *