Jezus in Getsemane

Jezus heeft enorm geleden in de laatste uren van zijn leven. Voor ons is het niet te bevatten wat Hij allemaal heeft moeten doorstaan. Hoe is Hij dat lijden aangegaan; hoe heeft Hij dat lijden ondergaan? En, wat kunnen wij daar van leren?

Jezus weet precies wat er gaat komen: Hij staat voor een groot lijden. Hij zal worden berecht, gemarteld en een afschuwelijke verstikkingsdood gaan sterven. Dat dit stond te gebeuren, dat wist Hij al tijden. Hij heeft een aantal jaren gehad om zich hier op voor te bereiden. En Hij heeft er meerdere keren over gesproken. Soms openlijk, bijvoorbeeld met zijn discipelen, soms in bedekte termen zoals tegen de Schriftgeleerden en soms in besloten kring zoals bijvoorbeeld met Mozes en Elia. En ongetwijfeld heeft Hij daar ook veel met Zijn Vader over gesproken in de momenten van Zijn gebeden.

Ondanks alle voorbereidingen ziet Hij enorm op tegen zijn naderend sterven. Op de avond voor Zijn dood, na het vieren van de Pesachmaaltijd, zingt Jezus met Zijn discipelen nog eerst de lofzang: het ‘Hallel’’. Vervolgens gaat Hij met de elf discipelen naar Getsemane. Hij is op dat moment vreselijk bang. Dat wordt niet alleen over Hem beschreven, Hij zegt dat ook tegen Zijn discipelen. Hij heeft behoefte aan steun en vraagt aan een paar van Zijn leerlingen om Hem nabij te zijn. Meestal zie je dat angst er toe leidt dat mensen uit de verbinding gaan. Zie bijvoorbeeld hoe Adam en Eva zich uit angst verstoppen. Jezus brengt de angst juist wél in de verbinding met Zijn vrienden.

Er zijn op het moment van de lofzang elf discipelen maar Hij gaat alleen met Petrus, Jacobus en Johannes de tuin van Getsemane in. De andere acht laat hij op dat moment even alleen. Jezus deelt Zijn diepste pijn niet met al Zijn discipelen; zo hoeven wij ook niet ons leed met iedereen te delen. Niet iedereen hoeft te weten wat er allemaal in je omgaat.

Jezus vraagt deze drie discipelen niet om met Hem mee te lijden. Hij vraagt hen alleen om bij Hem te blijven, Hem niet in de steek te laten. Dat vraagt Hij nog voor Hij zijn bedroefde en bange hart opent in Zijn smeekbede aan God. Laat ik het wat eenvoudiger zeggen, zodat de vertaalslag naar ons dagelijks leven beter te maken is; Jezus zorgt er eerst voor dat er ‘opvang en steun’ voor Hem is, voordat Hij al Zijn pijn en angst kenbaar maakt. Het is een diepmenselijke behoefte aan verbondenheid, een behoefte om niet alleen te zijn op de momenten van grote nood.

Daarna gaat Jezus een klein eindje verder bij de discipelen vandaan om tot God te bidden en te smeken. Ik heb me afgevraagd waarom Jezus niet in een kring bij de drie discipelen bleef maar een klein stukje verderop ging zitten. Ik heb het idee dat Hij daarmee duidelijk wil maken dat Zijn lijden ook alleen Zíjn lijden is. Zijn strijd is niet de strijd van de ander, hoewel de ander Hem wel nabij mag zijn. Sterker nog, het is Zijn diepe verlangen dat de ander Hem nabij blijft. Jij mag je ook gesteund weten in je angsten, verdriet en wanhoop. Maar jouw pijn is wel jouw pijn en niet die van de ander. Je mag het met de ander delen maar niet bij de ander neerleggen. De ander kan en mag meevoelen en meeleven met je pijnen maar het niet overnemen. En de ander mag zich niet identificeren met jouw lijden.

Hoe zwaar de weg voor Jezus is blijkt uit dat Hij zich op de grond werpt. Hij knielt niet rustig neer, Hij gaat er niet zitten… Nee, Hij zakt door zijn knieën en stort als het ware in/neer; bijna bezwijkend onder de druk. Jezus moet vervolgens twee grote teleurstellingen dragen. Ten eerste blijken de discipelen tot drie keer toe niet in staat om met Hem te waken en te bidden. Ze laten Hem in zekere zin nu al in de steek. Ze zijn Hem niet nabij, ze slapen. Hoe frustrerend moet dat voor Hem zijn geweest. Daar waar je de ander nodig hebt kan het zijn dat deze je niet kan geven waar jij zo sterk behoefte aan hebt.
Ten tweede wordt Zijn driemaal uitgesproken gebed, om de drinkbeker van Gods oordeel aan Hem voorbij te laten gaan, niet door God verhoord.

Er gebeurt nog iets bijzonders. Daar waar de slapende discipelen het laten afweten, daar blijft God aanwezig; er komt een engel die Jezus kracht geeft! Een kracht die Hij nodig heeft want al biddend en smekend, al Zijn leed openend en uitstortend wordt de strijd in Hem nóg heftiger!

Als je eenmaal goed in contact komt met je gevoelens, ze opent en als je laat komen wat er is dan kunnen er hele golven opwellen, alsof het je overspoelt en je het idee krijgt erin te verdrinken. Toch denk ik, en met mij vele therapeuten, dat je dit juist moet laten komen. In verbinding blijven met je pijnen en ze vrij laten. Dan zal je ervaren dat gevoelens komen… en weer gaan. Maar alleen als je ze ook vrij laat en er niet tegen gaat vechten.

Jezus ontvangt een engel uit de hemel om Hem kracht te geven. Daarvoor moet Jezus die engel ook ‘toelaten’, zich ook willen laten sterken en steunen. Ik maak zoveel mensen mee die vinden ‘dat ze het alleen moeten kunnen en zelf hun problemen moeten oplossen’. Zou Jezus, zonder de steun van de engel, de kracht weer hebben gehad om weer op te staan? Ik vraag het me af. Alleen als je steun toelaat kan je verder komen.

Als je de steun van de ander toelaat dan kan Gods kracht, die Jezus verkreeg door een engel uit de hemel, doorwerken. Dat is geen theoretisch gepraat. Kijk maar naar Jezus. Hoe is Hij Getsemane in gegaan en hoe ging Hij er weer uit? Op het moment dat Hij Getsemane in ging was Hij zeer angstig, onrustig en dodelijk bedroefd. Maar als Hij voor de derde keer gebeden heeft staat Hij weer op, gaat naar Zijn discipelen en spreekt ze kalm toe, draagt en aanvaardt wat er gebeuren moet en gaat in het volle besef de overlevering aan. Ik lees niets meer over de grote angst die Hij daarvóór had. Ik neem aan dat die angsten er nog steeds waren maar Jezus kon het er laten zijn.