Kernkwadranten in de Bijbel

Zelfkennis is het begin van alle wijsheid
(bron: vermoedelijk de filosoof Socrates)

Hoewel de Bijbel iets anders zegt over het begin van alle wijsheid (Spreuken 1: 7) is het hebben van zelfkennis op zich een goede zaak. Er zijn veel modellen voor handen om daar meer kennis van te krijgen. Eén van de modellen die veel gehanteerd wordt is het Kernkwadrantenmodel van organisatiedeskundige Daniël Ofman. Hij maakt met dit model de sterke kanten en de kwetsbare kanten van een werknemer inzichtelijk. Daardoor is er beter zicht te krijgen waarom sommige werknemers steeds tegen bepaalde problemen aanlopen. Met begeleiding kunnen werknemers dan geholpen worden om bijvoorbeeld beter met elkaar samen te werken.
Er is op internet heel veel te vinden over de achtergronden van dit model. Mocht je interesse hebben om meer achtergronden van dit model te weten dan raad ik je aan om informatie op internet te vergaren. Deze site leent zich niet voor een uitgebreide toelichting.

Ik wil dit model eens toepassen op een persoon uit de Bijbel. Iemand die zich daar goed voor leent is Martha. De geschiedenis van deze gastvrije, overactieve vrouw zal bekend zijn. En ook dat zij zich mateloos stoorde aan haar passieve zus Maria (Lc. 10: 38-42).

Voor Martha zou je de volgende invulling kunnen geven bij de kernwoorden in de vier kwadranten:

  • Kernkwaliteit
    Martha heeft de kwaliteit om mensen zich welkom te laten voelen en ze zet zich voor de volle honderd procent in. Bovendien heeft ze oog voor de mensen om haar heen.
    (Lc. 10: 38, Jh. 12: 2)
  • Valkuil
    Martha kan zich in haar dienstbaarheid verliezen: ze wordt helemaal in beslag genomen door haar werk zodat ze daardoor géén oog meer heeft voor de relatie en voor de omgeving. (Lc. 10: 40)
  • Uitdaging
    De uitdaging waar zij voor staat is om zich minder druk te maken en om op dat moment andere prioriteiten te stellen. (Lc. 10: 41-42)
  • Allergie
    Het is duidelijk dat Martha moeite heeft met Maria die maar een beetje op de grond zit te luisteren naar Jezus, terwijl zijzelf zich het vuur uit de sloffen loopt. Martha is heel dienstbaar maar voelt zich daarin alleen staan. Ze ervaart niet de dienstbaarheid en de ondersteuning van haar zus in haar drukke werkzaamheden. Indirect verwijt ze Maria passiviteit (Lc. 10: 40-b).

Kernkwadrantmodel en de Bijbel

Ik wil de vier kernbegrippen uit het model eens toelichten vanuit de Bijbel. Dat geeft voor mij meer diepgang en meer waarde aan dit model. Het verhaal van Martha en Maria neem ik als leidraad.

Kernkwaliteit

God heeft ieder mens talenten en gaven meegegeven. Hoewel er een duidelijk verschil is tussen talenten en gaven (van de Geest) wil ik voor het gemak in dit stukje deze twee onder dezelfde noemer brengen: je ‘kernkwaliteit’. Een kernkwaliteit is een vaardigheid waar jij bovengemiddeld goed in bent. Iets dat jij beter kan dan de meeste mensen om je heen. Martha was bovengemiddeld goed in het dienen en had oog voor de noden en behoeftes van haar gasten.

Ik geloof dat een kernkwaliteit niet bedoeld is voor eigen gewin; om er zelf beter van te worden. Alles in de Bijbel ademt de sfeer van ‘samen’, ‘met elkaar’, ‘voor elkaar’. Je mag je kernkwaliteit inzetten ten dienste van de mensen om je heen (Mt. 5: 16) en voor opbouw van Gods gemeente (1Kor. 12: 7), die overigens niet alleen bestaat uit mensen die in de kerk komen.

Jakob was een hele slimme man. Maar hij gebruikte zijn talenten om zijn oom te belazeren (Gen. 30: 32-43). En de slimme rentmeester krijgt van Jezus lof over zijn werkwijze maar tegelijkertijd wordt hij veroordeeld om zijn onbetrouwbaarheid. Omdat hij met zijn werk veel schade berokkent en hij er God niet mee dient (Lc. 16: 1-13).

Je bent naar mijn idee ten diepste geen eigenaar van je kernkwaliteit maar een soort van rentmeester over een verkregen vaardigheid. Zoals we in ons hele wezen eigendom van God zijn (1Petr. 2: 9). Je mag woekeren met je talenten. Je mag je gaven inzetten ten dienste van de ander. Om de ander daarmee te ondersteunen en de ander of de gemeente op te bouwen. Natuurlijk mag je ze ook inzetten om jezelf tot recht te laten komen. Als je goed bent in plannen en organiseren dan kan en mag je daar zelf ook de vruchten van plukken. Zolang dit maar nooit ten koste gaat van de ander.

Ik geloof dat, als je werkt vanuit je kernkwaliteit, je werkt vanuit je kracht. Dat geeft een flow, je voelt het in je stromen, het geeft voldoening, het gaat als het ware vanzelf en het kost je weinig moeite. Je komt daarmee tot je recht én je laat daarmee de ander tot zijn recht komen.

Valkuil

Martha schoot door in haar dienstbaarheid; ze deed teveel van het goede. Ze kwam in haar valkuil terecht.

Als je in je valkuil stapt dan gebeurt dat altijd met een reden. Dat overkomt je niet zomaar. Ik heb het sterke vermoeden dat je in je valkuil komt als er ergens iets in je geraakt wordt. Als je een pijn voelt, een gemis, of dat je een tekort ervaart. Als dat je overkomt dan ga je vaak nog meer doen waar je van nature goed in bent. Je probeert met het extra inzetten van je kracht, je kernkwaliteit, een pijn of een gemis te compenseren. Daarmee verlies je de verbinding met de ander. Je schiet door in je kracht. En daarmee schiet je tegelijkertijd je doel voorbij.

Het lijkt er op dat zoiets ook zichtbaar is in het verhaal van Martha en Maria. Martha is van nature goed in het dienen. Ze heeft oog voor de ander. Maar ervaart zij wel dat er ook oog is voor haar en voor alles wat zij allemaal doet? Als jij je niet voldoende gezien voelt, wat is dan het meest voor de hand liggende om te gaan doen? Meer doen van dat wat je kan en waar je goed in bent. Martha gaat harder werken. Zo verliest Martha zich in het dienen. Ze loopt er in vast. Een in basis prachtige eigenschap/kwaliteit van Martha, keert zich dan juist tegen haar. Zo overschreeuwen veel mensen zichzelf en proberen ze zich nog nadrukkelijker te bewijzen. Maar dat werkt zelden adequaat.

Vervolgens valt Martha in een volgende valkuil. Ze zoekt de oorzaak van haar gedrag niet bij zichzelf maar legt de verantwoordelijkheid voor het vastlopen en de moeite die ze ervaart bij de ander neer. Martha spreekt haar verwijten uit naar twee personen: direct naar Jezus ( … kan het u niet schelen …) en indirect naar Maria ( … dat mijn zuster …). Om vervolgens een tipje van de sluier op te lichten waar voor haar de schoen wringt: … mij al het werk alleen … Dat ze daarbij ook nog Jezus voor haar karretje probeert te spannen ( … zeg tegen haar …) is vanuit de leer van conflicthantering ook een heel interessante.

Een dieperliggende oorzaak van het harde werken van Martha zou gelegen kunnen zijn in dat zij zich onvoldoende gezien en gewaardeerd/gezien weet in haar dienst voor de ander. Haar dienstbaarheid kan daarmee een dubbele bodem hebben. Ze werkt vanuit haar kracht ‘dienstbaarheid’. Tegelijkertijd is die dienst voor de ander niet geheel belangeloos; ze zoekt erkenning voor al haar inzet. Dat gaat altijd ten koste van de werkelijke verbinding.

Ik heb een heel sterk vermoeden dat als iemand in zijn valkuil terecht komt dat het fenomeen ‘overdracht’ een sterke rol speelt. Voor uitleg van de term ‘overdracht’ of ‘projectie’ verwijs ik je graag naar andere websites.

Sta eens goed bij jezelf stil als het jou gebeurt; als jij doorschiet in bepaald gedrag, als compensatie voor een gemis, tekort of verlies [1]. Wat voel je in jezelf? Iets van irritatie, boosheid, jaloezie, leegte, eenzaamheid, angst …? Het hoeft niet in sterke mate aanwezig te zijn, maar wel genoeg om harder te gaan werken met als gevolg daarbij het contact met de ander te gaan verliezen. Daar waar Martha normaliter een goed oog heeft voor de behoeften van de ander, vernauwde nu juist haar blik. Ze ‘zag’ niet meer wat er werkelijk voor haar ogen gebeurde.

Als je handelt vanuit één van de hiervoor genoemde emoties dan zit je altijd in het schade-deel van je systeem. Je wordt geraakt in oude pijn die in het hier-en-nu geprikkeld wordt. Je gaat dit compenseren door harder te werken en door (in stilte) te gaan verwijten. Net als Martha. Je hebt overigens ook belang bij dat gedrag: je blijft weg van wat er in jezelf aan gevoelens leeft en je legt de focus buiten jezelf. Je verliest je in de ander. Je bent niet meer in de flow. Je zet je kernkracht geforceerd in om uit je pijn te blijven.

Het is niet zo heel moeilijk om te weten wanneer je in je valkuil stapt. Je kan het voelen; je lijf geeft het aan. Als je werkt vanuit je kernkwaliteit dan zit je in een flow, je voelt je vrij, veerkrachtig, open. Het gaat allemaal “als vanzelf” en het lijkt je allemaal geen energie te kosten.

Als je in je valkuil stapt dan wordt het moeizamer, er zit meer spanning in je lijf, het voelt wat krampachtiger, het gaat niet meer vanzelf, het is ‘werken’, het kost meer inspanning en energie, en noem maar op.

Uitdaging

Het werken vanuit je valkuil is niet adequaat. Je bent dan niet meer in een goede verbinding met jezelf en met de ander. Je handelt niet meer vanuit je kracht maar vanuit je angst of vanuit je pijn. Dat vraagt om een verandering. Een verandering van gedrag. Maar als het alleen een verandering van gedrag is dan is dat naar mijn mening niet voldoende. Dan blijft het een aangeleerd veranderd gedrag. Volgens mij gaat het veel verder en veel dieper. Het vraagt van je om te werken aan dat wat je in het verleden aan pijn en schade hebt opgelopen. Alleen daardoor kan je werkelijk veranderen. Heel veel daarover is op deze site te lezen. Bovendien geeft de Geest ons zoveel mogelijkheden om te kunnen veranderen!

Het gaat om een verandering van binnenuit, het vernieuwen van je gezindheid (Rom. 12: 2, HSV), de gezindheid van Christus (Fil. 2: 5). Omgord je met de waarheid (Efz. 6: 14) en met het harnas van geloof en liefde (1Tess. 5: 8). Bekleed je met Christus (Gal. 3: 27)[2]. Dat wij in alles, dus ook in ons gedrag vanuit pijn, tekort, gemis, schade, steeds meer gelijkvormig worden naar het beeld van Gods Zoon (Rom. 8: 29)

Dat zijn volgens mij de primaire hulpbronnen om echt ten diepste te kunnen veranderen. Dat geldt voor iedere christen, omdat we allemaal te maken hebben met schade, verlies, tekort, gemis. Uiteraard heeft een ieder hierin zijn eigen weg te gaan en zijn eigen proces te doorlopen.

Allergie

Martha is qua persoonlijkheid een andere vrouw dan Maria. Zie bijvoorbeeld ook een verschil in Jh. 11: 20 en in Jh. 12: 2-3. En ergens zijn het ook weer echte zussen, als ze op verschillende momenten in exact dezelfde woorden zich bij Jezus beklagen (Jh. 11: 21, 32).

Martha ergert zich aan Maria omdat zij niet van nature doet wat voor Martha zo gewoon en vanzelfsprekend is. Martha gaat er misschien onbewust wel van uit dat Maria het ook belangrijk vindt. En zo werkt dat bij het gros van ons mensen. Het kostte Martha veel moeite om die verschillen te aanvaarden. Zoals het ons allemaal moeite kan kosten om het anders zijn van de ander ten volle te aanvaarden.

Natuurlijk kan de ander door zijn gedrag irritatie in je oproepen en kan de ander in je allergie zitten. Maar dat zal vaak over en weer zijn. De punten van jouw valkuil zullen veel meer dan eens dezelfde punten van allergie zijn in het schema van de ander.

Daar waar jij, in het gedrag van anderen, allergisch voor bent, waar jij je aan kan storen, dat kan je ook iets leren. Deze mensen hebben, hoewel iets te veel, een kwaliteit die bij jou ontwikkeling verdient. Maria had het juiste deel gekozen. Martha kon in deze situatie dus van Maria wat leren.

Daarom is het goed en belangrijk dat we mild zijn naar elkaar. Elkaars moeilijkheden en verdragen (Gal. 5: 2 NBG). We worden uitgenodigd en uitgedaagd om elkaar te aanvaarden en lief te hebben, zoals Jezus mij en jou liefheeft. Paulus verwoordt het zo: “Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit ​liefde. Span u in om door de samenbindende kracht van de ​vrede​ de eenheid te bewaren die de Geest u geeft” (Ef. 4: 2-3).

Daarmee eer je God (Rom. 15: 7). Dát zal jou in je kracht zetten met als gevolg dat jij je kernkwaliteiten daardoor nog beter kan laten renderen. Voor die ander.


[1] Dat gemis, tekort of verlies hoeft er niet werkelijk te zijn. Het kan iets zijn dat dreigt of iets zijn waarvoor je bang bent dat het zou kunnen gaan gebeuren.

[2] Ik vond het als kind wat “magisch” hebben als ik voor de wedstrijd mijn voetbalshirt aantrok. Ik was dan nog steeds Ivo maar droeg dat specifieke shirt om mijn lijf heen met trots. Ik was zichtbaar onderdeel van een team, vertegenwoordigde dat team, hoorde bij die club, deed er mijn stinkende best voor en handelde in de geest en naar de opdrachten van de trainer.