Oordelen hebben

Maar ​Martha​ werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar ​Jezus​ toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? (Luc. 10:40)

Want wie wind zaait zal storm oogsten. Het zaad brengt geen koren voort, en als het al vrucht draagt dan geeft het geen meel, en als het al meel geeft dan wordt het door vreemden verslonden.
(Hosea 8:7)

Ik heb het en ik neem aan jij ook; het hebben van een oordeel over andere mensen[1]  [2]. Als we het al niet hardop uitspreken dan is het misschien wel in gedachten. Ik voel in me dat het niet klopt wat ik doe, ik wil het niet en toch gebeurt het me, vaker dan me lief is. Ik heb er in ieder geval last van als ik oordeel over andere mensen.
Als we het zo vaak doen, dan zal het hebben van een oordeel over een ander vast een bepaalde reden hebben. Ik wil proberen meer duidelijkheid te krijgen over de functie of het doel dat oordelen heeft. Daarmee hoop ik ook een opening te bieden om meer naar onszelf te kijken en minder af te reageren op de ander in woorden, in daden of in gedachten.

Wanneer oordelen we?
Het oordelen over andere mensen gebeurt wanneer je iets ziet, hoort of meemaakt. Meestal is dat in interactie met andere mensen, in en over een bepaalde situatie[3]. Ik richt me vooral op de situatie wanneer een ander iets doet of nalaat waardoor jij je tekort gedaan voelt, niet voldoende gezien voelt, een gemis ervaart, innerlijk geraakt wordt. En voor datgene wat het met jóu doet, houd jij de ánder verantwoordelijk.
Het gebeuren raakt je van binnen; het roept iets van boosheid, irritatie, frustratie, onbegrip of verdriet in je op. Hoewel lang niet iedereen zich dat bewust is want daarvoor moet je ‘naar binnen kijken’. Het kenmerkende van het ‘oordelen’ is juist dat de focus sterk naar ‘buiten’ is gericht, naar de ander.
Het grote risico van oordelen is niet het afkeuren van een handeling van de ander waarbij jou misschien geen recht wordt gedaan, maar dat het dieper gaat en dat het ‘op de man’ wordt gespeeld. Je veroordeelt niet de handeling maar de persoon. Kijk ook eens naar het artikeltje slachtoffer zijn of blijven?

Intermezzo – een kleine oefening
Neem eens een situatie in gedachten waarin je geraakt werd door het handelen van een ander. Een situatie waarin je boosheid, verdriet of frustratie voelde en een oordeel had over die ander. Probeer de situatie nog eens goed voor de geest te halen en je weer even in te leven (dat de situatie weer tot leven komt in je). Terwijl jij je blijft inleven in deze situatie. Voel eens: wat gebeurt er in je lijf? Verandert er iets aan je spierspanning, je ademhaling, je hartslag, wat gebeurt er in je gezicht, of voel je misschien bepaalde emoties weer in je opkomen?
Een oordeel geeft altijd verharding in je. Je verhardt je; zowel lijfelijk als mentaal.

Jouw oordeel over de ander zegt alleen iets over jou
Stel dat je een speler bent in een sportteam dat bovenaan staat in de competitie. Bij het naderende einde van het seizoen lijden jullie een onnodige nederlaag tegen een laag geklasseerd team. Daardoor dreigen jullie het ‘zekere’ kampioenschap mis te lopen. De coach, die deze wedstrijd uitgebreid met jullie heeft voorbereid, is woedend. Na afloop krijgen jullie van de coach een fikse, niet mis te verstane, uitbrander: “Een collectieve wanprestatie, beschamend wat jullie gedaan hebben!”. Vervolgens de reacties van een aantal spelers; de een is boos en denkt “Hou je kop toch; ik weet ook wel dat het waardeloos was. Dat hoef je me echt niet te vertellen.”
Bij de tweede rollen de tranen over de wangen omdat deze zich persoonlijk schuldig voelt voor de gemaakte fouten.
De derde slaat van angst dicht en krimpt wat in elkaar bij deze tirade.
De vierde haalt de schouders op en denkt “Boeiûh, zo’n kampioenschap. Zo belangrijk is dat ook weer niet. Er zijn ergere dingen in de wereld.”
De vijfde ziet er de humor wel van in; stranden in het zicht van de haven, daar waar iedereen zo overtuigd was van de naderende titel en de eerste voorbereidingen voor het feestje al gedaan zijn.
De zesde is boos op de coach omdat deze speler het niet eens is met de getrokken conclusies van de coach, daar deze speler zich in de wedstrijd het vuur uit de sloffen heeft gelopen.
De zevende kijkt al vooruit en neemt zich voor om keihard z’n best te doen in de laatste wedstrijden, om zo alsnog kampioen te kunnen worden.
De achtste verwijt de coach dat deze tijdens de wedstrijd amper aanwijzingen heeft gegeven en het team maar wat heeft laten aanmodderen. Deze speler mompelt wat in zichzelf en fluistert tegen een medespeler “Wat een waardeloze coach!”
En de negende speler heeft met het verlies niet zoveel moeite maar wel met de heftigheid van de coach. Deze denkt: “Wat een idioot om zo uit te vallen, doe ‘s normaal!”
Vervolgens verlaat nagenoeg iedereen mokkend en in zichzelf gekeerd het sportcomplex.
Eén situatie: een verloren wedstrijd. Eén gebeurtenis: een bijtende opmerking van een boze coach. En negen verschillende gevoelens over en reacties op slechts twee zinnetjes van de coach. De reacties van alle spelers zijn wel naar aanleiding van de woorden van de coach maar ze zeggen ten diepste niet iets over de coach zelf. Ze zeggen alleen iets over de spelers zelf. Iedere speler met zijn eigen karakter, achtergrond en persoonlijke geschiedenis[4]. Iedere speler met zijn eigen geraaktheid, waardoor deze reageert op de manier zoals deze doet.
In de verwijten zitten vaak individuele boodschappen van degene die de verwijten uitspreekt. Verwijten dekken meestal de lading van het onderliggende probleem niet.

Oordelen zijn uitingen van een conflict dat je hebt in jezelf en tegelijkertijd uitingen van dat conflict dat je hebt met de ander. Het handelen van de ander raakt iets in jou. Het gebeuren haalt jóu op een of andere manier uit balans.
Soms worden oordelen openlijk uitgesproken. Soms leven ze alleen in je gedachten. Maar meer dan eens gaat het via ‘een derde’. Een voorbeeld daarvan is hoe Martha via Jezus in bedekte termen een verwijt uitspreekt over haar zus Maria (Luc. 10:40). Zie meer over deze geschiedenis in het stukje Kernkwadranten in de Bijbel.

Het uitgangspunt is heel simpel. Alles wat jij denkt, alles wat jij voelt, alles wat jij ervaart, alles wat jij beleeft: dat zit in jou, dat is van jou en het zegt iets over jou. Het zegt iets over jou, in relatie tot de situatie waarin jij je bevindt. In de wisselwerking tussen jou en de ander gebeurt er iets in je, dat jóu raakt.
Alleen jij bent eigenaar van jouw gevoelens en gedachten. En alleen jij bent verantwoordelijk voor jouw handelen. Dat handelen, jouw manier van reageren op de situatie kan bijvoorbeeld een oordeel zijn. Of je die uitspreekt of alleen maar denkt, dat maakt niet uit. Het oordeel dat jij hebt gaat daarmee altijd over jezelf en niet over de ander. De ander triggert jou en is daarmee de aanleiding voor jouw geraaktheid. Jíj bent geraakt, er gebeurt iets bij jóu. En dát leg je vervolgens op het bordje van de ander. Daar gaat het mis. Want de ander is misschien wel de aanleiding van jouw geraaktheid maar nooit de oorzaak. Wat het met jou doet en hoe jij reageert, dat staat los van de ander.

De reden en gevolgen van het oordelen over de ander
Waarom oordelen we soms zo makkelijk en zo snel, terwijl het nooit constructief werkt en waarschijnlijk niemand ontvankelijk is voor een oordeel van een ander (ik zit er in ieder geval niet op te wachten)? Dan heeft het blijkbaar een of meerdere redenen. Ik denk dat het hebben van een oordeel meerdere doelen heeft. En gevolgen…

1. Het verbreken van de verbinding met de ander
Zoals je waarschijnlijk bij de kleine intermezzo-oefening van hierboven al hebt kunnen ervaren geeft een oordeel een zekere mate van spanning en verharding in je. Het sluit iets in je af. Zo sluit het de verbinding af die je hebt met de ander. Het contact wordt verbroken. En dat is precies wat de bedoeling is: uit het contact gaan. Met het oordeel duw je als het ware de ander van je weg of je loopt zelf weg. Een oordeel verbreekt de diepere verbinding die je hebt met de ander.

2. Je gaat je eigen geraaktheid niet aan
Je verliest bij het oordelen niet alleen de verbinding met de ander maar ook met jezelf. Dat is in je lijf voelbaar. Heb je het kunnen ervaren bij de intermezzo-oefening? Bij een dergelijk conflict wordt de ademhaling vaak wat hoger en korter. Alle spanning en ‘energie’ trekt naar je hoofd toe. Voelen zit echter in je buikgebied. Naar dat buikgebied gaat op dat moment geen adem toe. Je zit niet meer ontspannen ‘onderin’, zoals dat normaal is, maar het stijgt (je) ‘naar boven’.
Ademen staat niet alleen voor de zuurstofuitwisseling in de longen. Ademen is eveneens ‘levensadem’. De ‘levende’ verbinding met je voelen is minder als je je geraaktheid niet aangaat.
Misschien is dit wel de belangrijkste reden van het oordelen: weg van jezelf, weg van het aangaan en dragen van je eigen gevoelens. Weg om de verantwoordelijkheid te nemen voor wat er in jou gebeurt. Die aansprakelijkheid leg je liever bij de ander neer. 
Het hebben van een oordeel is als het ware het optrekken van een muur van afweer. Of je nu een oordeel hebt over een ander of dat je in je schulp kruipt, het staat aan elkaar gelijk. De vorm is anders, de uitwerking hetzelfde. Het contact wordt verbroken.

3. Je legt wat van jou is bij de ander neer.
In het oordeel zit een verwijt, een onbegrip, een beschuldiging, een conclusie. In een oordeel zit bijna altijd het woord ‘jij’ of er wordt direct of indirect naar de ander verwezen. Je stelt de ander aansprakelijk voor wat er in de interactie gebeurt en dat het handelen van de ander jou geraakt heeft.
Het voordeel om dat bij de ander neer te leggen, om de focus op de ander te richten, is dat je daardoor niet meer naar jezelf hoeft te kijken. Dat kan meerdere redenen hebben maar in de regel vind je het lastig om je eigen geraaktheid aan te gaan. Het handelen van de ander kan ongetwijfeld aanleiding zijn voor jouw geraaktheid. Maar het is jouw geraaktheid. Het is iets in jou, van jou.

4. Oordelen stopt de dialoog
Een oordeel schept een zekere mate van duidelijkheid voor je. Je trekt conclusies, je weet waar de oorzaak ligt (vanuit jouw perspectief is dat vaak buiten jezelf). Daardoor stoppen de vragen die je hebt, stopt het onderzoeken en stopt de dialoog. Een oordeel is het slot op een gesprek. Als er verder nog met elkaar gesproken wordt dan gaat het bijna alleen over standpunten en over feiten. Vaak met verwijten over en weer. Echter, de problemen en de pijn zitten nooit in de feiten maar in wat de feiten met je doen. Het raakt aan een deel van je identiteit en de manier waarop jij naar jezelf kijkt of hoe jij gezien wil worden.
Zoals je de lijfelijke ‘verstarring’ in jezelf kan voelen, zo ontstaat er ook een soort van verstarring in je denken; bij oordelen stopt de dialoog met de ander maar ook het evenwichtige genuanceerde ‘overleg’ met jezelf.

5. Oordelen: een versimpeling van de werkelijkheid
Bij deze een stelling:
Met een oordeel versmal je de ingewikkelde werkelijkheid van het moment tot een valse en blijvende waarheid.

Met een oordeel ga je voorbij aan wat er allemaal zichtbaar en onzichtbaar speelt op het moment van de situatie. Met een oordeel haal je de persoon uit de context van zijn wezen en zet je de ander met jouw mening vast in het gebeuren van dat moment. Het oordeel simplificeert en reduceert de werkelijkheid tot iets dat het niet is. De coach is niet waardeloos en Maria is niet lui. Met een oordeel ga je met één gigantische stap in een keer over alle facetten heen die het gebeuren bepalen. Je kijkt niet naar de lagen daaronder, je bent ook niet onderzoekende naar de lagen eronder. Terwijl wanneer je dat wel zou doen, dan zou het oordeel waarschijnlijk wegvallen omdat de kans veel groter is dat je begrip en empathie krijgt.
Oordelen is de gemakkelijke weg, een brede weg (vergelijking naar Mat. 7:13-14), een weg zonder weerstand. Het is een weg die kan leiden naar de ondergang van de relatie.
Op een bepaald moment denk je de ‘waarheid’ over iemand te kennen. Je laat de ander daarmee niet vrij, je kan niet op een andere manier naar de ander kijken dan door de smalle koker van jouw oordeel. Daarmee ben je zelf ook niet meer vrij: jouw koker heeft maar een beperkt blikveld: die van het oordeel. Zie maar eens om van dat denkbeeld af te komen. Daarvoor zal je eerst een aantal stappen terug moeten maken.
Pas door het nemen van een smalle weg, het al tastende zoeken naar wat er werkelijk speelt, door te investeren in elkaar en je te verdiepen in de diepere oorzaken van het handelen van de ander én tegelijkertijd het scherper weten van het ‘waarom’ van jouw oordelen, is de kans veel groter dat je elkaar vindt en de relatie behouden blijft.

6. Conclusies trekken
Met een oordeel schep je als het ware een stukje duidelijkheid in de onrust en chaos die er op dat moment in je denken en voelen is. Een oordeel is een soort van slotsom, het getal onder de streep. En als dat getal onder de streep een keer staat dan hoef je niet meer naar de ingewikkelde som boven de streep te kijken. Klaar, het is duidelijk; einde ‘oefening’.

7. Ontlading

Bron: klik hier (bewerkt)

Ik denk dat de grens tussen het uitspreken van een oordeel en schelden niet zo heel erg groot is. Natuurlijk, oordelen is niet hetzelfde als schelden. Maar naar mijn idee neigt het er wel toe. Een van de functies van schelden is dat het een emotionele ontlading geeft. In woorden uit je daarmee een stuk frustratie, woede, irritatie, onbegrip enzovoorts. Kijk maar, wanneer iemand een oordeel uitspreekt dan zit daar heel vaak een emotionele lading in. Een lading die iemand graag kwijt wil. En bij voorkeur op het moment zelf. Terwijl zwijgen op dát moment misschien wel beter is (naar Pred. 3:7). Je hoeft van je hart geen moordkuil te maken, maar timing en wijze van uiten van je gedachten en gevoelens is ook een kunst.

8. Samen sta je sterker
Soms worden oordelen openlijk uitgesproken. Soms leven ze alleen in je gedachten. Maar meer dan eens gaat het via de ander. Een voorbeeld daarvan is hoe Martha via Jezus in bedekte termen een verwijt uitspreekt over haar zus Maria (Luc. 10:40)[5].
Wat doe jij met het oordeel dat je hebt over een ander? Niets is zo verleidelijk en gemakkelijk om dat te delen met een ander. Natuurlijk staat het je vrij om dat wat je bezighoudt te bespreken met de ander. Maar met welke intentie doe je dat? De scheidslijn tussen een stukje ‘coaching’ nodig hebben hoe jij het beste kan omgaan met jouw frustraties én roddelen is flinterdun.
Iedereen zal kunnen beamen dat roddelen niet goed is [6]. Ondanks dat het niet adequaat is (het werkt beschadigend op de onderlinge relaties) heeft roddel ook een sociale functie. In je uiting van ongenoegen kan ook de behoefte zitten om medestanders te zoeken en de ander ‘achter’ jouw standpunt te krijgen. Je brengt je verhaal op die manier dat de ander je gaat steunen in jouw visie. Dat maakt dat jij je sterker kan voelen en meer overtuigd kan raken van je eigen ‘gelijk’.
Er zijn mensen die vervolgens in de discussie met de persoon waarmee hij een conflict heeft dit dan in de strijd gooien met woorden zoals “ … en ik ben niet de enige die dat vind.” Dat zijn dodelijke opmerkingen en getuigen mijns inziens van zwakte om voor jezelf te gaan staan.

Oordelen en ‘allergie’ (uit het model van de Kernkwadranten)
Ik heb het sterke vermoeden dat het hebben van een oordeel te maken heeft met een ‘allergie’ in je. Voor verdere uitleg daarvan verwijs ik je naar een ander stukje op deze site: Kernkwadranten in de Bijbel

Waarom Jezus ons zegt niet te oordelen
Een van de belangrijkste kenmerken van Gods identiteit is het ‘in relatie zijn’. Hij is niet verdeeld in zichzelf; Hij is één in zichzelf en Hij wil in een eenheid met ons leven. Dat is zo wezenlijk aan Hem. Zo heeft hij ons ook geschapen. Wij zijn immers geschapen naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis. Zijn verlangen is dat wij leven in relatie met Hem en met elkaar. Zie ook Leven in verbondenheid.

Gods verlangen is dat we één zijn (Joh. 17:21). Een oordeel brengt altijd verdeeldheid. Het belemmert de relatie die je hebt met de ander. Van een oordeel is nog nooit iemand beter geworden en door een oordeel is er nog nooit een relatie hersteld. En dat gaat tegen het wezen, tegen het eigene van God in.
Natuurlijk, in de relatie met de ander kan er het een en ander misgaan. We hebben allemaal zo onze beperkingen in het contact met de ander. Over de beperkingen van de ander, daar kunnen we van alles van vinden. Het is echter vaak het principe van ‘de balk en de splinter’ (Mat. 7:3-4). Maar mensen vragen niet om een oordeel; mensen vragen om begrip, om ondersteuning, om erkenning. Ook in hun tekortkomingen.

Dus, vanaf nu krampachtig niet-oordelen? Nee, volgens mij kan dat niet.
Het oordelen zit zo vastgebakken in ons systeem. Jouw oordelen mogen je uitnodigen om naar jezelf te kijken. Om dat wat er in jou speelt te gaan omarmen, om te kijken waar jouw deel zit en om daar op een zorgvuldige en liefdevolle manier mee om te gaan. Het doorlopen van dat proces kan je veel meer in de vrijheid zetten. Dan kan je, bij wijze van spreken, de tirade van de coach ook bij de coach laten en niet op jezelf gaan betrekken. De coach met zijn uitbarsting zou overigens bij zichzelf te rade kunnen gaan waarom hij zo explosief heeft gereageerd. Zijn woede-uitval zegt iets over hem en niet over het team. Er waren veel andere mogelijkheden om het onverwachte verlies van het team bespreekbaar te maken.

Twee kanten van dezelfde medaille
Aan de ene kant van de medaille zit het oordeel dat je hebt over de ander. Dat is naar buiten gericht. Aan de andere kant zit jouw geraaktheid. Dat is naar binnen gericht. Jouw onvervuld verlangen, jouw gevoel van gemis, onbegrip, tekort, niet voldoende gezien zijn, niet volledig geaccepteerd voelen en dergelijke. Ze zijn tegelijkertijd in het moment aanwezig.
Waar leg jij de focus op? Waar wil jij naar kijken? Volgens mij is het belangrijk om ‘dicht bij jezelf’ te blijven in een dergelijk conflict. Dat is wat Jezus volgens mij van ons vraagt. Dat betekent vooral dat je kijkt naar wat er bij jou speelt en wat er in jou geraakt wordt.

Verbinden is: gaan oor-delen!
Door het stellen van veel vragen kan je proberen om in de verbinding te blijven met de ander. Daarbij neem je niet zozeer genoegen met ‘feiten’ maar richt je je vooral op de persoonlijke motieven. Daar liggen heel vaak behoeftes en verlangens aan ten grondslag. Daar hebben we elkaar in te verdragen, hoewel ieder zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen aandeel in het geheel (Gal. 6:2, 5 NBG).

Ga niet oordelen maar ga oor-delen: leg je oor te luister bij de ander. En vraag aan de ander om naar jouw verhaal te luisteren. Probeer beiden te gaan van stand-punt (star – statisch) naar beweeg-reden (dynamisch). In de hoop om zo weer tot elkaar te komen, oog te hebben voor elkaars situatie, recht te doen aan de ander én aan jezelf. Met als doel de verbinding te herstellen. Daar waar dat mogelijk is (vergelijk Rom. 12:18).


[1] ‘Oordelen’ kan meerdere betekenissen hebben. In de context van dit stuk bedoel ik met oordelen het in woorden of gedachten maken van verwijten naar andere mensen. Het afkeuren van mensen. Het sterkst kan je het weergeven met het woord ‘veroordelen’. Echter, weinigen zullen toegeven dat ze anderen ‘veroordelen’. Om het toch zoveel mogelijk dicht bij onszelf te houden kies ik voor het woord ‘oordelen’. We vinden snel ergens iets van en hebben graag ergens een mening over, zonder goed verder te kijken wat er werkelijk speelt.
Het gaat in dit stuk dus niet om het beoordelen van situaties of gebeurtenissen. Vergelijk de opmerking van Jezus in Luc. 7: 43. Of hoe Mozes uitspraken moest doen in geschillen tussen mensen en een oordeel mocht uitspreken (Ex.18: 13-22).

[2] In dit stuk richt ik me op de oordelen die wij hebben over andere mensen. Het veroordelen van onszelf, dat overigens net zo’n groot probleem kan zijn, laat ik hier buiten beschouwing. Hoewel de beide onderwerpen zeker overlap hebben met elkaar. Over oordelen over onszelf is op deze website al het een en ander geschreven. Zie daarvoor Jezelf stenigen en De 8e steen. Maar eveneens biedt dit artikel ook veel aanknopingspunten hoe om te gaan met de oordelen die we hebben over onszelf.

[3] Het hoeft dus niet altijd in interactie te gebeuren. Stel je zit op een terrasje en kijkt naar de mensen die aan je voorbij trekken. Allerlei gedachten en meningen kunnen door je heen gaan: over kleding, over manier van kijken, over uiterlijk, over de stijl van de haren, over de manier van bewegen, over piercings, tattoos, over taalgebruik, omgang met de kinderen, en noem maar op.

[4] Meer hierover kan je vinden op internet door te zoeken op de trefwoorden ‘nature en nurture’

[5] Zie meer over deze geschiedenis in het stukje Kernkwadranten in de Bijbel.

[6] In de Willibrordvertaling komt het woord ‘roddel’ met name voor. In andere vertalingen worden daar de woorden ‘gefluister’/‘gemompel’ (Ps. 31:14), ‘valsheid spreken’ (Ps. 41:7) en ‘kwaadsprekerij’/‘laster’ (2 Kor. 12:20) voor gebruikt.