Boosheid

Er is geen emotie die zoveel risico met zich mee draagt t.a.v. het ontstaan van disharmonie dan boosheid. Mensen die geen contact kunnen maken met hun boosheid die kunnen ook niet goed hun grenzen in de verbinding aangeven. Meer dan eens heeft een niet goed geuite boosheid geleid tot langdurige ontwrichting van relaties. Dat is de reden om bij deze emotie uitgebreider stil te staan.

Twee cliënten
Angela is 29 jaar, een multitalent, die haar meeste diploma’s met lof heeft behaald. Ze is hoog opgeleid met een goede baan in het middenmanagement. Ze is erg geliefd bij haar collega’s vanwege haar mildheid, haar sociale vaardigheden en omdat ze erg goed is in het bemiddelen bij conflicten. Het bewaren en herstellen van de harmonie, daar is ze heel bedreven in. Deze vaardigheden kunnen enerzijds een aangeboren, van God gekregen talent van haar zijn. Echter, die talenten heeft ze ook heel goed ontwikkeld en ingezet in de kinderjaren, om zo emotioneel de kinderjaren te kunnen overleven. Want, wat nagenoeg geen collega van haar weet, is dat Angela uit een gezin komt met een heel dominante en wispelturige vader. Een vader die heel aardig kon zijn maar ook kon exploderen. Ze is opgegroeid in een gezin met heel veel verbaal geweld. En als vader zijn zelfbeheersing verloor dan ging dat regelmatig ten koste van deuren, serviesgoed en ander materiaal. Op die momenten verstijfde Angela helemaal, kroop in elkaar en deed er alles aan om de verstoorde relatie(s) weer te herstellen. Angela is bij me omdat ze een stevige burn-out heeft. Ze is enorm gespannen. Al snel in de begeleiding komen we op het thema ‘boosheid’. Alleen al van het woord krimpt ze ineen en kan ze amper iets uitbrengen. Bij een oefening op de behandelbank probeer ik iets van de vele angst en boosheid in haar naar buiten te laten komen. Met heel weinig resultaat. Het enige dat gebeurt is dat ze compleet verstijft, haar hele lichaam op slot zet en dat haar adem stokt. Het liefst is ze op dat moment onzichtbaar. Ze is volledig uit het contact. Alle angst en boosheid in haar slaan als het ware naar binnen. Ze heeft de neiging om zichzelf heel hard in de armen te knijpen. Het uiten van boosheid door eens met de hand op de matras te slaan of met een been op het matras te schoppen is kansloos. Ze durft het niet. Een ontlading door eens diep te zuchten lukt maar net; als de zucht maar niet voor de ander hoorbaar is. Als niemand maar door heeft hoe zij lijdt en hoe ontzettend bang ze is. Boosheid staat voor haar gelijk aan disharmonie en het beschadigen van relaties. Om toch die krachten in haar meer naar buiten te richten geef ik haar in beide handen een jongleerballetje, gevuld met zand. Daar mag ze zo hard mogelijk in knijpen. Dat lukt haar. Na twee keer erin knijpen is ze fysiek en mentaal helemaal kapot…

Thea is 46 jaar. Ze is afdelingssecretaresse. Dat doet ze naar grote tevredenheid van haar leidinggevende. Op Thea kan je bouwen, ze werkt heel punctueel, nooit is haar iets te veel. Overwerken doet ze liever niet in verband met de kinderen thuis maar haar leidinggevende weet dat, als hij een beetje aandringt, Thea langer zal blijven werken. Het is te prijzen in haar leidinggevende dat hij daar zo min mogelijk aanspraak op wil doen. Thea komt uit een streng gelovig gezin waar gehoorzaamheid aan God en aan de ouders regel nummer één was. Stemverheffingen en boosheid waren letterlijk ‘uit den boze’; dan was het kwaad in je gekomen en dat mocht absoluut niet. Thea heeft zich goed weten te ontwikkelen als iemand die zich heel makkelijk aanpast; aan alles en iedereen. Haar eigen belangen waren ondergeschikt aan de behoeftes van anderen. Ze is er vol van overtuigd dat iedereen hoger staat dan zij. Misschien zelfs nog erger: zij vindt zichzelf de mindere van alles en iedereen. Zo is ze het huwelijk ingestapt. Zij staat volledig in dienst van haar man. Omdat zij grenzeloos is krijgt haar man van haar alle ruimte. Tot en met regelmatige weekendjes weg met vrienden om te golfen. Die vrienden bleken achteraf ‘vriendinnen’ te zijn en met deze vrouwen was hij echt niet wezen golfen… Thea voelt zich enorm belazerd en vernederd. Maar deze boosheid uiten kan ze niet. Als ik haar uitnodig om die opgekropte woede eruit te laten komen door met een stok op een kussen te slaan, dan slaat ze nog geen deuk in een pakje boter. Ze slaat als het ware ‘met haar hoofd’, verstandelijk; het komt niet uit haar binnenste. Ze is niet in staat om in contact te komen met haar boosheid, de intense woede over de vernedering. Deze heeft ze heel diep in zich weggestopt.

Beide cliënten, zoals hierboven beschreven, hebben in de jaren van groei en vorming niet geleerd om op een adequate manier om te gaan met de emotie boosheid. Beiden hebben ze niet mogen ervaren dat ze, ondanks hun kinderleeftijd, een IK zijn, een eigenheid hebben waarmee ook rekening gehouden behoort te worden. Ze hebben daardoor te weinig kunnen ontdekken wat hun eigenheid is en in veiligheid te mogen leren om ruimte te mogen nemen voor zichzelf en om grenzen te stellen aan wat voor hen goed was en wat niet meer goed was. En, hen is niet geleerd om de basisemotie boosheid in te (mogen) zetten wanneer grenzen door anderen niet gerespecteerd worden. Als het uiten daarvan belemmerd wordt dan kan dat heel beschadigend werken op de innerlijke ontwikkeling van een kind en op het zelfbeeld/zelfvertrouwen.

Functie van boosheid
Het uiten van emoties is niet eenvoudig. Dat geldt in het bijzonder voor de emotie boosheid. Er lijkt een sociaal taboe te liggen. Op de een of andere manier is boosheid niet gepast, niet wenselijk. Ook Jezus is een aantal keren boos. Maar zo boos als Hij is tijdens de reiniging van het tempelplein kom je het in de Bijbel verder niet tegen: een zweep van touw, wegjagen, smijten, omvergooien, uitroepen… het laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Ik vind het bijzonder dat alle vier de evangelisten deze woede-uitbarsting van Jezus in hun levensbeschrijving over Hem hebben opgenomen. Dat benadrukt voor mij het belang van deze gebeurtenis. Het is overigens een geschiedenis die volgens mij qua drijfveer aardig wat overeenkomsten heeft met hoe Nehemia een grote schoonmaak heeft gehouden en orde op zaken stelde in de tempel[1].

De functie van boosheid is om de ander een heel duidelijke boodschap te geven: het is menens! Hier sta ik en ik wil dat je dat ziet en dat je daar rekening mee houdt. Ik ‘bevecht’ hier mijn ruimte en mijn eigenheid. Het wat beladen woord ‘confrontatie’ heeft dat in zich: con-front-atie. Je staat beiden (con) met je werkelijke aangezicht (front) recht tegenover de ander. Je laat heel krachtig je ware gezicht zien.

Wat is boosheid voor een kracht? Frans Veldman senior, de grondlegger van de haptonomie, schrijft daar het volgende over. Voor de leesbaarheid geef ik zijn visie in eigen woorden weer: “Ieder individu beschikt voor zijn overleven over een drift tot zelfbehoud. Een vermogen dat hem helpt te durven, risico’s te nemen, te ondernemen. Zonder dit fundamentele vermogen zou een goede, evenwichtige ontwikkeling van de mens onmogelijk zijn en is het niet mogelijk om op een authentieke wijze in het leven te staan. Agressie komt van het Latijnse woord ‘aggredior’ en heeft als betekenis ondernemingslust, strijdlust, levenslust. Het is geen negatieve bestaanstrek maar een positieve eigenschap voor het binnentreden van de wereld en het in die wereld kunnen zijn. Rivaliteit, concurrentie, machtsstrijd en erger hebben geleid tot de ontaarding van een positieve agressie naar een negatieve agressie. De drift wordt niet meer gecontroleerd door een moreel-ethisch besef”.

Waarop kan je de boosheid richten
Soms moet je in het leven je ruimte nemen, je ruimte bevechten, opkomen voor jezelf, grenzen van je eigenheid stellen. “Agressiviteit is een essentiële vorm van menselijke energie die onontbeerlijk is voor ons leven. We moeten onze agressiviteit niet onderdrukken maar een juiste oriëntatie geven”.[2]

De vraag bij het uiten van je boosheid is: wat is de focus? Ik denk dat er drie manieren zijn om met je boosheid om te gaan:

  1. Je richt de boosheid op iets of iemand buiten jezelf
  2. Je richt de boosheid op jezelf
  3. Je zet boosheid in om ruimte te maken voor jezelf

De eerste twee vormen zijn vernietigend en kunnen uitermate schadelijk zijn. Ze maken relaties kapot; ze kunnen mensen verwonden of jezelf schaden. Ik denk dat de derde vorm van boosheid de vorm is zoals we boosheid mogen inzetten. Ik wil dat hier verder uitwerken.

1.    Je richt de boosheid op iets of iemand buiten jezelf
“En de HEERE zei tegen Kaïn: Waarom bent u in woede ontstoken en waarom heeft u uw hoofd laten zakken? Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen”. (Gen. 4:6-7 HSV)

De agressie met de betekenis die wij er aan verlenen is een ontregelde, een ontaarde aggredior, gericht tegen de ander.[3] Deze vorm van boosheid richt zich naar buiten in woorden zoals een verwijt, een afkeurend oordeel, een sarcastische opmerking, kritiek geven, schelden en noem maar op. Een andere vorm is stilzwijgen, de onuitgesproken woorden. Dat kan heel venijnig zijn. Het zijn de ‘blikken die kunnen doden’. Boosheid is ook zichtbaar in acties, door de loskomende krachten te richten op voorwerpen of zelfs op personen: van een afkeurend gebaar, tot een duw, een stomp of zelfs een complete vechtpartij.

Al deze vormen van boosheid hebben iets in zich van een vergelding, het vereffenen van een rekening. Het kan daarbij gaan om soms hele oude rekeningen, om het halen van je gram over gebeurtenissen die zich in het verleden hebben afgespeeld. En al die tijd heeft de verbittering vat op je gehad. Het is een enorme destructieve kracht: zowel voor de ander als voor jou.

Als je kost wat het kost blijft vasthouden aan je oorspronkelijke doel, dan zorgt het ervoor dat je ook bij de blokkade blijft stilstaan. Daardoor kan je in boosheid en verdriet blijven hangen en zich gaan verergeren. Met alle gevolgen van dien. Er kan een innerlijke verbittering ontstaan met allerlei lichamelijke en psychische klachten tot aan depressies toe. Ik zie koning Saul voor me opdoemen: wantrouwend, depressief en soms met woedeaanvallen; zich vasthoudend aan dat wat er niet meer is. Net zoals Saul hoeft er maar iets te gebeuren en je bent uit balans. Dan volgt er een uitbarsting. ‘Zegeltjes sparen’ heet dat in de conflictleer. Eerst alle emoties opkroppen en bij je houden. Dat doe je tot de ‘spaarkaart’ vol is. Dan kan het gebeuren dat je ineens ploft, je ‘spaarkaart’ op tafel werpt en ‘alles er in een keer uitgooit’. De heftigheid van de boosheid is onevenredig groot in relatie tot de gebeurtenis die aanleiding is voor je explosie. Het staat totaal niet met elkaar in verhouding. Dat is een signaal dat je eerdere emoties hebt lopen verzamelen.

Eveneens staat bij het niet uiten van emoties de deur open naar allerlei vormen van verslavingen met maar één doel: je gevoelens verdoven om de pijn niet meer te hoeven voelen.

Kenmerkend voor deze vorm van boosheid is dat de focus buiten jezelf wordt gelegd. Dat heeft maar één reden: omdat je op deze manier niet naar je eigen pijn wilt/durft te kijken. Je voelt die pijn wel maar het is makkelijker om iets buiten jezelf te leggen dan te kijken naar wat er in je geraakt wordt, waar jouw gekwetstheid zit, waar jouw onvervuld verlangen zit. Boosheid raakt altijd aan je eigen pijn. Het is ook veel makkelijker de verantwoordelijkheid voor jouw pijn bij een ander te leggen: “Het is jouw schuld dat ik me zo voel!”. Deze vorm van afschuiven werd al in het paradijs toegepast.

Boosheid verbreekt de verbinding. Zoals de HSV in Genesis 4:6 de beste vertaling heeft met ‘het hoofd laten zakken’. Je kan de ander niet meer recht in de ogen aankijken. Boosheid beschadigt de onderlinge verbondenheid. En dat is het laatste wat God wil. Het is goed te beseffen dat we altijd zelf verantwoordelijk zijn voor ons handelen, of het nalaten daarvan. Je kan en mag de ander nooit aansprakelijk stellen voor wat jij doet, zoals Simson dat wel deed (Recht. 15:3). Wat je denkt en wat je voelt dat zit ín jou, dat ís van jou, daar ben jíj eigenaar van en niemand anders. Dus ook hoe je er mee omgaat is van jou en van niemand anders.

Naast dat deze vorm van boosheid relaties beschadigt, heeft het ook het grote risico in zich dat mensen in een neerwaartse spiraal terecht komen. Een van de bijzondere eigenschappen van God is, vind ik, dat Hij onze zwakheden kent. Hij weet hoe wij de neiging hebben om ons te laten leiden door onze driften. Daarom heeft Hij regels gegeven hoe om te gaan met boosheid, Hij geeft kaders om onszelf en de ander te beschermen. God wil ons behoeden voor het toenemende geweld. Zelfs nadat Kaïn zijn broer Abel had doodgeslagen, werd zijn leven door God beschermd!

God geeft beperkingen aan het uitvoeren van vergeldingsmaatregelen: “een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet”[4] heeft, naast het voorzien van gerechtigheid, ook als functie het beteugelen van het geweld. Ook het aanwijzen van vrijsteden[5] dient ter bescherming van het leven.

In het Nieuwe Verbond voegt Jezus een extra dimensie hieraan toe: vergeving. Ik vind het makkelijker gezegd en geschreven dan gedaan; zo goed gaat me dat vergeven niet altijd af. En toch worden we opgeroepen om Jezus daarin te volgen.

Jezus sloeg niet terug toen Hij geslagen werd. Hangend aan het kruis, de verstikkingsdood nabij, vergaf Hij zijn executeurs. Dát is nog eens een daad van liefde! Geen lafheid, geen zwakheid, geen onderdanigheid maar de ultieme vorm van een geheel vrijwillige zelfopoffering. Wat een respect voor de integriteit en het leven van de ander, voor de mensen die Hem bespuugden, sloegen, aan Zijn haren trokken. Hij zag achter al die agressie nog steeds mensen die door God waren geschapen; ondanks de pijn en vernedering die Hij door hen heeft ondergaan. Ineens treft het me, terwijl ik dit allang ‘wist’ en vaker gelezen heb.

2.    Je richt de boosheid op jezelf
En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen (Mar. 5:5)

Emoties behoren, zoals het woord ook letterlijk betekent, naar buiten gericht te zijn. Het is een kracht, een energie die ‘eruit moet’. Boosheid kan ook naar binnen slaan. Het is per definitie niet adequaat om die energie tegen jezelf te keren. Dat kan net zo beschadigend werken als het richten van de boosheid op iemand anders, zoals hier voor beschreven staat. Boosheid die naar buiten gericht wordt is zichtbaar. Naar binnen geslagen boosheid is voor een buitenstaander veel minder zichtbaar, maar daarom niet minder schadelijk!

Naar binnen gerichte boosheid is er in vele vormen, die je soms niet eens zou indelen in de categorie ‘boosheid’; nooit tevreden zijn over jezelf, een negatief zelfbeeld, jezelf allerlei ‘straffen’ opleggen door het lichaam af te matten zoals bijvoorbeeld heel intensief sporten, hard werken, geen grenzen kennen, hoge eisen aan jezelf stellen, misschien een afkeer hebben van jezelf, enzovoorts. Er zijn mensen die vinden dat ze van alles ‘moeten’, heel dwangmatig. Een cliënt van mij moest van zichzelf minstens 60 tellen onder een zo heet mogelijke douche staan. En op een ander moment dwong ze zichzelf voor het slapen gaan minstens 50 pagina’s uit een boek te lezen. Nog een stap verder en je komt op het gebied van verslavingen. Dieper liggende oorzaken van een verslaving zijn vaak gelegen in een tekort van een gevoel van eigenwaarde.

Ook heel schrijnend is, vind ik, wanneer mensen de opgekropte pijn en verzamelde boosheid op geen andere manier meer vorm weten te geven dan zichzelf fysiek te pijnigen. Zelfbeschadiging of automutilatie (vaak in de vorm van het zichzelf snijden maar ook bijvoorbeeld anorexia) is een uiting van een ernstige emotieregulatiestoornis. Alle cliënten die ik gehad heb die zichzelf beschadigden hadden één en dezelfde overeenkomst; ze deden het om controle te hebben over het lichaam, omdat ze alleen op die manier nog iets konden beheersen over de onmacht om diepere gevoelens adequaat te kunnen en te durven reguleren. De fysieke pijn is voor hen beter te controleren en te dragen dan de emotionele pijn.

Voor een ieder die dit leest en zo in stilte lijdt en strijdt: stort je hart uit voor het aangezicht van de Heer; zoals je een emmer vol met water leeg kiept. Klaag bij hem je nood. Hij is je toevlucht, je schuilplaats, je rots, je redding. En, zoek (professionele) hulp! Het is niet goed om er alleen mee te blijven worstelen. De emotie boosheid staat nooit op zichzelf. Deze emotie vraagt heel nadrukkelijk om te kijken wat de onderliggende angst, pijn of verdriet is omdat dit heel vaak nauw met elkaar verbonden is. Zoek naar mensen die God wil inschakelen om als een helper voor je te kunnen zijn (vgl. Gen 2:18).

3.    Je zet boosheid in om ruimte te maken voor jezelf
“En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken” 
(Gen. 3:24)
“En toen Hij de tempel was binnengegaan, begon Hij hen die daarin verkochten en kochten, eruit te drijven” (Luc. 19:45 HSV)

Als God boos kan zijn, als Jezus woedend kan zijn, waarom zouden wij dat dan niet mogen zijn? Ik vind dat we wel goed moeten we kijken hoe zij met die boosheid zijn omgegaan om zo te leren hoe wij met die enorme krachten verantwoord kunnen omgaan.
De boosheid wordt in de beide genoemde teksten niet als destructieve kracht ingezet maar als een ruimtescheppende kracht. De focus is hierbij niet gericht op iets of iemand maar op het creëren van een noodzakelijke ruimte om te kunnen leven. De essentie is; niet tegen de ander maar voor jezelf.
Ieder mens heeft recht op leven. Dat leven moet beschermd worden. Er zijn soms forse krachten nodig om het leven te kunnen behouden, om te kunnen overleven. Boosheid is, net als alle andere emoties, zo een ‘belangenbehartiger’!

In Genesis 3 staat de zondeval beschreven. In vers 14-19 uit God zijn enorme boosheid hierover. En tegelijkertijd beschermt Hij het leven. Adam en Eva werden weggejaagd en cherubs met heen en weer flitsende, vlammende zwaarden moesten de weg naar de levensboom bewaken. Een oerkracht, ingezet voor het behoud van het leven! Het leven is zó kostbaar, dat moet beschermd worden. Zelfs het leven van Kaín, de eerste mens die een ander mens vermoordde, werd door God beschermd.
Jouw leven is zó kostbaar, dat mag je beschermen. Om te kunnen leven en met de eigenheid die God in je gelegd heeft tot je recht kunnen komen, moet je soms die ruimte ‘bevechten’, zeker daar waar grenzen niet gerespecteerd worden. Ook al is het misschien nodig om dat ‘met flitsende en vlammende zwaarden’ te bereiken.

Het gaat om het verdedigen van je eigen ruimte, om de bescherming van je eigenheid en niet om de aanval op de integriteit van de ander/andermans ruimte. Dat doel moet je hierbij steeds voor ogen houden. Het ging Jezus bij de reiniging van het tempelplein niet om het kapotmaken van de bezittingen van de ander maar om het huis van Zijn Vader. Dat moest weer ruimte krijgen, daar moest weer recht aan worden gedaan en in ere worden hersteld.
Zie ook op deze site bij het hoofdstukje Ruimte maken voor jezelf

 

[1] Nehemia 5:6

[2] Simone Pacot; Tot in onze diepste diepten, Carmenlitana 2001, ISBN 978-90-76671-17-8, pag. 71-72

[3] Voor meer informatie zie: Riekje Boswijk-Hummel, Boos; De Toorts, Haarlem, 2010, ISBN 978 90 6020 833 5

[4] Exodus 21:24

[5] O.a. Numeri 35